Amersfoort groeit, maar particuliere huurvoorraad krimpt met ruim 10%
Het aantal huurwoningen van particuliere eigenaren in Amersfoort is tussen de peilingen van 2025 en 2026 met 10,3% gedaald. Hun voorraad nam af van 3.365 naar 3.020 woningen, ongeveer 345 minder. Tegelijk groeide de totale woningvoorraad van de gemeente met ongeveer 440 woningen, blijkt uit een analyse van openbare CBS-cijfers door Amersfoort-gids.nl.
De afname bij particuliere eigenaren volgt op twee eerdere dalingen. Sinds de hoogste stand in de onderzochte periode, in 2023, is hun huurvoorraad ongeveer 17,6% kleiner geworden.
Voor deze analyse vergeleek Amersfoort-gids.nl de CBS-peiljaren 2021 tot en met 2026. Het gaat steeds om de woningvoorraad op 1 januari, voor de hele gemeente, inclusief Hoogland en Hooglanderveen.
Van 3.665 naar 3.020 particuliere huurwoningen
In 2021 hadden particuliere eigenaren volgens het CBS 3.395 huurwoningen in Amersfoort. Dat aantal groeide eerst: naar 3.575 in 2022 en 3.665 in 2023. Daarna volgden drie dalingen op rij.
De laatste afname is binnen deze reeks de grootste, zowel in aantallen als procentueel. Tussen de peilingen van 2025 en 2026 verdwenen per saldo ongeveer 345 woningen uit deze eigenaarscategorie. In de twee eerdere stappen waren dat ongeveer 125 en 175 woningen.
| Peiljaar | Huurwoningen van particuliere eigenaren |
|---|---|
| 2021 | 3.395 |
| 2022 | 3.575 |
| 2023 | 3.665 |
| 2024 | 3.540 |
| 2025 | 3.365 |
| 2026 | 3.020 |
Met particuliere eigenaren bedoelen we hier de CBS-categorie natuurlijke personen: mensen die huurwoningen bezitten. Huurwoningen van BV’s, NV’s, woningcorporaties en andere rechtspersonen vallen daarbuiten. De afname van ruim 10% geldt dus niet voor alle huurwoningen in Amersfoort.
Meer woningen in Amersfoort, minder huur
De totale woningvoorraad van Amersfoort groeit tussen de laatste twee peilingen van 72.365 naar 72.805 woningen. Binnen die groei bewegen koop en huur in een andere richting: er zijn ongeveer 735 koopwoningen meer, terwijl de totale huurvoorraad met ongeveer 290 woningen afneemt.
De afname van alle huurwoningen bedraagt daarmee ongeveer 1,0%. Het aandeel huurwoningen in de totale woningvoorraad daalt van 41,9% naar 41,2%, een verschil van ongeveer 0,7 procentpunt.
| Categorie | 2025 | 2026 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Alle woningen | 72.365 | 72.805 | +440 |
| Koopwoningen | 42.040 | 42.775 | +735 |
| Alle huurwoningen | 30.300 | 30.010 | −290 |
| Waarvan particuliere eigenaren | 3.365 | 3.020 | −345 |
| Waarvan woningcorporaties | 20.980 | 21.015 | +35 |
| Waarvan BV’s en NV’s | 4.480 | 4.380 | −100 |
| Waarvan overige rechtspersonen | 1.475 | 1.595 | +120 |
De afname bij particuliere eigenaren is groter dan de daling van de totale huurvoorraad. Dat komt doordat andere eigenaarscategorieën samen per saldo groeien: woningcorporaties hebben ongeveer 35 huurwoningen meer en overige rechtspersonen ongeveer 120 meer, tegenover een afname van ongeveer 100 bij BV’s en NV’s.
Ook buurgemeenten zien een afname
De huurvoorraad van particuliere eigenaren daalt bij de laatste peiling ook in Soest, Leusden en Nijkerk. Van deze vier onderzochte gemeenten heeft Amersfoort de grootste procentuele afname: 10,3%, tegenover 9,2% in Leusden, 8,0% in Soest en 3,1% in Nijkerk.
Deze drie gemeenten zijn gekozen als vergelijking in de omgeving. De uitkomst is geen ranglijst van de hele regio.
| Gemeente | Particuliere huur 2025 | Particuliere huur 2026 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | 3.365 | 3.020 | -10,3% |
| Soest | 810 | 745 | -8,0% |
| Leusden | 325 | 295 | -9,2% |
| Nijkerk | 650 | 630 | -3,1% |
De totale huurvoorraad hoeft dezelfde richting niet te volgen. Nijkerk heeft bijvoorbeeld minder huurwoningen van particuliere eigenaren, maar juist ongeveer 315 huurwoningen meer wanneer alle typen eigenaren worden samengenomen.
Zijn deze woningen allemaal verkocht?
De cijfers laten zien hoeveel huurwoningen iedere eigenaarscategorie op de peildata bezit. Ze laten niet zien wat er met elke afzonderlijke woning is gebeurd. Daarom kunnen we niet vaststellen dat alle 345 woningen zijn verkocht aan mensen die er zelf zijn gaan wonen.
Een woning kan bijvoorbeeld overgaan naar een andere verhuurder, terwijl ook nieuwbouw, sloop en verbouwing de voorraad veranderen. Daarnaast kan een verandering in rechtsvorm van een eigenaar zorgen voor een verschuiving tussen categorieën.
Het CBS meldde op 3 november 2026 dat de landelijke afname van particuliere verhuur vooral samenhangt met overgangen naar de koopsector. Dat biedt landelijke context, maar bewijst niet dat dezelfde verklaring precies opgaat voor Amersfoort. Ons onderzoek toont de lokale verandering, niet de oorzaak daarvan.
De huurvoorraad is sinds 2021 wel gegroeid
De recente daling van de totale huurvoorraad volgt op jaren van groei. Vergeleken met 2021 telt Amersfoort in 2026 nog ongeveer 1.105 huurwoningen meer, een toename van 3,8%.
Het beeld verschilt dus per periode en type eigenaar. De totale huurvoorraad is over vijf jaar groter geworden, terwijl de voorraad van particuliere eigenaren kleiner is. De gebruikte cijfers bevatten geen huurprijzen, waardoor we hieruit niet kunnen afleiden hoeveel betaalbare huurwoningen zijn verdwenen of toegevoegd.
Zo is het onderzoek uitgevoerd
Bronnen en werkwijze
De analyse gebruikt definitieve voorraadcijfers uit CBS-tabel 86286NED, geraadpleegd op 5 november 2026. We vergeleken de stand op 1 januari van 2021 tot en met 2026. Het gaat dus om veranderingen tussen peildata, niet om een volledig jaarresultaat over 2026.
De daling van 10,3% is berekend als (3.020 − 3.365) ÷ 3.365 × 100. De CBS-aantallen zijn gepubliceerd in veelvouden van vijf en worden als afgeronde waarden behandeld. Percentages zijn pas aan het einde afgerond op één decimaal; deelcategorieën en totalen kunnen daardoor iets afwijken.
Bij een nieuwe download kwamen 288 bronwaarden overeen met de eerste extractie. Daarnaast zijn 40 voorraadcijfers gecontroleerd met CBS-tabel 86287NED, zonder verschillen. Beide tabellen komen uit dezelfde CBS-statistiek; er is geen onderzoek naar afzonderlijke woningen of eigenaren uitgevoerd. De uitgebreidere controles staan in het onderzoeksdossier.
Bronnen:

